Lesson 02 – Countries & languages

Watch without subtitles/background music


Transcript

Hallo. Ik ben Bart de Pau. Hi. My name is Bart de Pau.
Welkom bij ‘Heb je zin?’. Welcome to ‘Heb je zin?’ (Are you in the mood?)
We gaan weer Nederlandse zinnen oefenen. We are going to practise sentences in Dutch.
Ken je Marieke en Martin nog? Do you remember Marieke and Martin?
Uit de vorige les? From the previous lesson?
Marieke is docent Nederlands. Marieke is a Dutch teacher.
Vandaag gaat Martin naar Marieke. Martin will go to Marieke today.
Hij gaat naar de school van Marieke in Rotterdam. He is on his way to Marieke’s in Rotterdam.
Hier geeft Marieke Nederlandse les Here Marieke is teaching Dutch
aan buitenlandse studenten. to foreign students.
Goedemorgen! Good morning!
Marieke is in een café. “Hi Martin”, says Marieke.
Dit zijn mijn studenten. These are my students.
Hallo, ik ben Martin. Hi, I am Martin.
Dit is Pedro. This is Pedro.
Pedro komt uit Spanje. Pedro is from Spain.
Dag Pedro. Hi Pedro.
Hola! Hola! (Spanish)
Ik spreek ook Spaans. I speak Spanish too.
Dag Martin. Hi Martin.
Maar ik wil Nederlands spreken. But I want to speak Dutch.
Natuurlijk. Of course.
Dit is Natasha. This is Natasha.
Natasha komt uit Rusland. Natasha is from Russia.
Privet Natasha! “Privet Natasha!” (Russian)
Ik spreek ook Russisch. I speak Russian too.
Hallo Martin. Hi Martin.
Ik wil Nederlands spreken. I want to speak Dutch.
En dit is Ulrich. And this is Ulrich.
Ulrich is een Duitser. Ulrich is a German.
Gutentag Ulrich. “Gutentag Ulrich.” (German)
Martin, praat Nederlands met mij! Martin, speak to me in Dutch!
En wie hebben we hier? And who do we have here?
Mijn naam is François. My name is François.
Ik ben een Fransman. I am French.
Bonjour François! “Bonjour François!” (French)
Hallo Martin… Hello Martin…
Ik wil Nederlands praten! I want to speak Dutch!
Ik heet Alice. My name is Alice.
Ik kom uit Engeland. I’m from England.
Hi Alice! Hi Alice!
Martin… alsjeblieft… Martin… please…
We moeten Nederlands praten! We have to speak Dutch!
En dan… Peter. And then… Peter.
Peter is een Nederlander. Peter is Dutch.
En één student is Nederlander. Hi Peter!
Ha, met jou kan ik Nederlands spreken! Hey, I can speak Dutch with you!
hmmmm!? hmmmm!?
Peter is een beginner. Peter is a beginner.
Hij spreekt nog maar een paar woordjes Nederlands. He only speaks a few words in Dutch.
Hij heeft een Nederlandse vader He has a Dutch father
en een Franse moeder. and a French mother.
Ze praten thuis geen Nederlands. They don’t speak Dutch at home.
Hmm, dus jullie willen Nederlands oefenen? Hmm, so you would like to practise your Dutch?
Dat willen de studenten wel. That’s what the students want.
Zullen we een uitstapje maken? Shall we take a trip?
Naar Amsterdam. To Amsterdam.
Ik woon in Amsterdam. I live in Amsterdam.
Dan laat ik de stad aan jullie zien. Then I will show you the city.
En we praten Nederlands! And we will speak Dutch!
Dat is goed. That is ok.
Dan ga ik ook mee, zegt Marieke. “Then I will come too”, says Marieke.
Wanneer? When?
Volgende week. Next week.
Dat was het filmpje van vandaag. That was today’s video.
Op de website learndutch.org vind je de tekst. On the website learndutch.org you will find the transcript.
Tot de volgende keer bij: See you next time at:
Heb je zin?’ (Are you in the mood?)