Lesson 17 – Indefinite pronouns

Watch without subtitles/background music


Transcript

Hallo. Hello.
Mijn naam is Bart de Pau. My name is Bart de Pau.
Ik ben online docent Nederlands. I am an online teacher of Dutch.
Welkom bij ‘Heb je zin?’. Welcome to ‘Heb je zin?’ (are you in the mood?).
Vandaag oefenen we Nederlandse zinnen Today we will practise sentences in Dutch
met woorden with words
die te maken hebben met het onderwerp ‘vakantie’ that are related to the subject ‘vacation’
en de grammatica van #dutchgrammar les 23 and the grammar from #dutchgrammar lesson 23
over het onbepaald voornaamwoord. about the indefinite pronoun.
Luister goed naar de volgende woorden: Listen well to the following words:
ooit en nooit ever and never
iets en niets something and nothing
iemand en niemand somebody and nobody
ergens en nergens somewhere and nowhere
Martin belt zijn vriend Lars. Martin is calling his friend Lars.
Lars woont in Zweden. Lars lives in Sweden.
Hall (‘Hello’ in Swedish)
[Hello, this is Martin from Amsterdam.] Hello, this is Martin from Amsterdam.
Hoi Martin. Hi Martin.
Met Lars. It’s Lars.
Hoe gaat het met jou? How are you?
Hoi Lars. Hi Lars.
Met mij gaat het goed. I’m fine.
Maar eh… spreek je al een beetje Nederlands? But eh… do you already speak a bit of Dutch?
Ja Martin. Yes Martin.
Ik doe een online cursus. I’m doing an online course.
Ik ken al veel theorie en woorden, I already know a lot of theory and words,
maar spreken en luisteren is erg moeilijk. but speaking and listening is very difficult.
Ik ken hier niemand die Nederlands spreekt. I don’t know anybody who speaks Dutch here.
Ik kan dus nooit oefenen. So I can never practise.
Daarom wil ik ooit ergens in Nederland That’s why I would like to do a course one day
een cursus doen. somewhere in the Netherlands.
Graag in de zomer. Preferably in summer.
Dan heb ik vakantie. I have my holiday then.
Weet jij iets? Do you know of anything?
Ja. Yes.
Ik ken iemand. I know somebody.
Zij heet Marieke. Her name is Marieke.
Ze is docente Nederlands. She is a teacher of Dutch.
Zij geeft in de zomer les op de ‘Dutch Summer School’. In summer, she teaches at the ‘Dutch Summer School’.
Zij vindt het erg leuk. She likes it a lot.
Daar zijn veel studenten uit de hele wereld. There are many students from all over the world.
Waar is dat? Where is that?
Deze zomerschool heeft twee lokaties: This summer school has two branches:
In Amsterdam In Amsterdam
en op een vakantiepark ergens in de provincie Drenthe. and at a resort somewhere in the province of Drenthe.
Je hebt de keuze: de stad of het platteland. You have a choice: the city or the country side.
Ik hou van de natuur. I like nature.
Dat weet je. You know that.
Daarom ga ik nooit op vakantie naar een stad. That’s why I never go on holiday to a city.
Elke zomer ga ik kamperen. I go camping every summer.
Lekker barbecueÎn! I love having barbecues!
Maar dit jaar wil ik iets anders. But this year I want something different.
Een andere bestemming. Another destination.
Ik heb geen zin in een strandvakantie. I don’t feel like going on a beach holiday.
Maar een taalreis naar het buitenland But a language holiday abroad
en studeren in de natuur… and studying in nature…
Dat klinkt erg goed! That sounds really good!
En ik wil ooit goed Nederlands spreken. And someday I want to speak Dutch well.
Waar vind ik informatie over deze cursus? Where can I find information about this course?
Op de website www.dutchsummerschool.nl staat meer informatie. You can find more information on the website [see above].
Ik ga meteen boeken! I’m going to book straight away!
Oh dat is leuk. Oh that’s good.
Misschien kom ik dan ook een paar dagen naar Drenthe. Maybe I will go to Drenthe for a few days then too.
Om jou te bezoeken… To visit you…
en Marieke… and Marieke…
Eh… Martin… Eh… Martin…
Die Marieke… is dat jouw vriendin? That Marieke… is that your girlfriend?
Eh nee… Eh no…
Maar misschien ooit wel… But maybe one day she will be…
Dat was de les van vandaag. That was today’s lesson.
Tot de volgende keer, See you next time,
bij een nieuwe les van ‘Heb je zin?’. with a new lesson of ‘Heb je zin?’.
Doei! Bye!

Related #dutchgrammar lesson(s):