01 – Dutch vs Flemish – Food

 

 

 

Transcript of the video lesson (scroll for more text):

Hallo Tom, welkom in de Studio van “Studio Studeo”. Misschien, is het goed als je even kort uitlegt wie je bent.

Dag Bart. Ik ben Tom Faes. Ik ben een belg. Ik woon in België, niet ver van Antwerpen. Dat is in Vlaanderen, het Nederlandstalige deel van België.

En voor de mensen die mij niet kennen: ik ben Bart. Ik ben een Nederlander. Ik woon in Nederland, vlakbij Amsterdam.

Studio Studeo is een cursus voor studenten die Nederlands leren. Wij praten over de verschillen tussen Nederland en België, en de verschillen in het gebruik van de Nederlandse taal.

Het Nederlands dat in Vlaanderen gesproken wordt, wordt ook wel “Vlaams” genoemd.

Om te beginnen. Tom, je introduceerde jezelf net als Tom Faes. Maar is het niet zo, dat in België je je achternaam eerst noemt. 

Ja, dat klopt. In officiele situaties, zeggen wij onze achternaam eerst. Stel je zit in een grote zaal en je wordt naar voren geroepen. Dan zeggen ze in België: de Pau, Bart. Maar soms ook zal men gewoon zeggen: Bart de Pau.

Tom, laten we gewoon eens wat dagelijkse woorden nemen. Begin jij maar met woorden die typisch Vlaams zijn en die we in Nederland niet gebruiken.

Dat is goed. Eten is voor Vlamingen is een belangrijk deel van het leven. Dus zal ik daarmee beginnen.

Appelsien.

En in Nederland zeggen we sinaasappel. Trouwens Tom, misschien leuk een leuk weetje. Je weet toch dat ik Russisch spreek: de Vlaamse variant “appelsien”, is overgenomen in de Russische taal.

Overigens, zowel sinaasappel als appelsien komt van de woorden: appel en China. Dus: “China’s appel” = sinaasappel, en “appel van China” = appelsien.

Dat is interessant. En wat is taal toch interessant! En om even bij appelsien te blijven. Het sap van appelsienen heet in België: fruitsap.

In Nederland zeggen we “jus d’orange”. Op z’n Frans. Het is natuurlijk grappig dat wij in Nederland een Frans woord gebruiken, terwijl juist in België een groot gedeelte van de bevolking Frans spreekt.

De reden hiervoor is de taalstrijd, die we in België hebben. De strijd tussen het Nederlands en het Frans. Er zijn altijd politieke spanningen, tussen Vlaanderen en het

Franstalige deel van België: Wallonie. Als reactie hierop hebben we een aantal woorden, die oorspronkelijk uit het Frans kwamen, “vernederlandst”. Die woorden komen we nog wel tegen in de rest van de cursus. 

Het volgende woord, is waar wij in België ons vlees kopen: de beenhouwer.

Het Nederlandse woord is: slager.

En dan nu een woord dat voor Vlamingen heel belangrijk is: frieten. Wij gebruiken het meervoud.

Dat klopt. In Nederland zeggen we: “patat” of “friet”. In het enkelvoud. Ook de schrijfwijze op z’n Frans: “frites” (uitgesproken als friet) wordt gebruikt.

In Vlaanderen is een patat gewoon een aardappel.

In Nederland wordt de friet verkocht in een patatkraam,

En in België in een Frietkot. De Vlaamse frieten zijn natuurlijk wereld beroemd. Maar ook in Nederland eet men zeer veel frieten.

Het volgende woord is: ajuin.

Dat is in Nederland: een ui.

Het volgend woord is: Spuitwater

Dat is mineraalwater met bubbels. In Nederland zeggen we “spa rood”. Het grappige is dat wij in Nederland mineraalwater in flessen naar een merknaam genoemd hebben: het Belgisch mineraalwater uit de stad Spa. De rode fles heeft bubbels. Dus noemen we mineraalwater met bubbels: spa rood. De blauwe fles heeft geen bubbels. Dit heet in Nederland spa blauw.

En spa blauw is in het Vlaams: plat water !

Overigens, in Nederland drinken de meeste mensen kraanwater in plaats van spa blauw.

In Vlaanderen zeggen we geen kraanwater, maar kraantjeswater. Hier drinken mensen niet zoveel uit de kraan en koopt men vooral flessen.

En we gebruiken het verkleinwoord in het meervoud meestal ook bij “groente”, wat we in het vlaams: “groentjes” noemen.

Nu we het toch over eten hebben, misschien is leuk te vermelden dat een Nederlands product in België het meest populaire gerecht is in de restaurants.

Ah, je bedoelt de Zeeuwse mosselen.

Juist! Maarliefst 65% van de Zeeuwse mosselen komen op een Belgisch bordje terecht.

Even goed zie je veel Belgische producten in Nederland, wat dacht je van onze speciale Belgische bieren.

Inderdaad, onze landen hebben elkaar wel wat te bieden…

Ah, hebben jullie behalve de mosselen nog iets culinairs dan? Je gaat me toch niet vertellen dat wij hier in Vlaanderen warm lopen van jullie boerenkool met worst, of hutsepot? Of jullie frikandellen?

Maar Tom je weet toch wat het verschil is tussen en frikandel en een Belg?

In een frikandel zitten hersens.

Zeg zal ‘t gaan ja ! Waarom maken Nederlanders veel Belgenmoppen?

Die zijn goedkoop !

Jaja…Je hoort het. Beter dat we er voor vandaag mee stoppen.

Wacht Bart, we kunnen nog niet stoppen. We hebben het nog niet gehad over waar België bekend om is:

En dat is?

Chocolade ! En daar heb ik juist goesting in !

“Goesting”, dat is ook een Vlaams woord. Wij zeggen in Nederland dat je ergens “zin” in hebt. Of, als het om (lekker) eten gaat, dat je er “trek” in hebt.

Ik heb goesting in Chocolade. En ik kan niet wachten. Ik ga nu mijn stuk Belgische chocolade opeten.

Mmm mmm mmm mmm mmm mmm mmm …..

We zien jullie de volgende keer terug, bij het tweede deel van Studio Studeo. Tot ziens!

Saluukes !