Season 2 – Lesson 17 – Future tense

Watch without subtitles/background music


Transcript

Hallo, mijn naam is Bart de Pau, Hello, my name is Bart de Pau,
online docent Nederlands. online Dutch teacher.
Welkom bij ‘Heb je zin?’ Welcome to ‘Heb je zin?’
Vandaag herhalen we de grammatica Today we’ll review the grammar
van #dutchgrammar-2 les 1, from #dutchgrammar-2 lesson 1,
over de toekomende tijd. about the future tense.
Martin en Xing maken plannen. Martin and Xing are making plans.
Xing is deze week in Amsterdam. Xing is in Amsterdam this week.
Martin is op de hotelkamer bij Xing. Martin is in the hotel room with Xing.
Hij pakt zijn agenda… He picks up his diary…
Tsja, Martin is natuurlijk wel een Nederlander! Well, Martin is of course a Dutchman!
Eens even kijken. Let’s have a look.
Het is vandaag de dertiende… It’s the thirteenth today…
Wanneer heb jij je sollicitatiegesprek? When do you have your job interview?
Op de zestiende? On the sixteenth?
Ja, mijn sollicitatiegesprek is op 16 augustus. Yes, my job interview is on the 16th of August.
Dus over 3 dagen. So in 3 days.
Overmorgen heb ik vrijgehouden om voor te bereiden. The day after tomorrow I am keeping free to prepare.
Dan gaat Marieke me bij een jobcoach introduceren. Marieke is going to introduce me to a job coach then.
Oh ja? Oh yes?
Heb je met Marieke afgesproken? Have you made an appointment with Marieke?
Ja, die geeft deze week les op de Dutch Summer School Yes, she is teaching at the Dutch Summer School this week
hier in Amsterdam. here in Amsterdam.
Oh ja, dat is waar… Oh yes, that’s true…
Misschien ga ik dan wel even met je mee. Maybe I’ll join you then.
Ik ben benieuwd hoe het met haar gaat. I’m curious to know how she’s doing.
En leuk om elkaar weer even te zien… And it would be nice to see each other again…
Xing mompelt: ‘Tsja, die zal wel met Gianluca zijn…’ Xing mumbles: ‘Well, she will probably be with Gianluca…’
Eh, zullen we dan morgen iets leuks doen? Uh, shall we do something fun tomorrow?
Ja, dat is een goed idee! Yes, that is a good idea!
OK! Dat is mooi. OK! Lovely.
Dan ga ik vanmiddag lekker winkelen. Then this afternoon I am going to go shopping.
En dan hebben we morgen de hele dag samen. And then we’ll have the whole day together tomorrow.
Wat zullen we doen? What shall we do?
Wat vind je leuk? What do you like?
Ben je al eens in het Rijksmuseum geweest? Have you been to the ‘Rijksmuseum’?
Daar ben ik nog niet geweest, I haven’t been there yet,
maar morgen wordt het lekker weer. but tomorrow the weather is going to be nice.
De zon gaat schijnen The sun will be shining
en het wordt 25 graden. and it’s going to be 25 degrees (Celsius).
Oh, maar ik denk dat ze daar wel airco hebben hoor… Oh, but I think they will have air conditioning…
Klimaatbeheersing is erg belangrijk voor schilderijen! Climate control is very important for paintings!
Martin, misschien kunnen we iets buiten doen? Martin, maybe we can do something outside?
Buiten? Outside?
Maar alle musea zijn binnen! But all the museums are inside!
Ik hoef echt niet per se naar een museum hoor! I don’t really need to go to a museum!
Oh, zeg dat dan… Oh, right…
Eh… Uh…
Zullen we naar het strand gaan? Shall we go to the beach?
Kijk, dat is nou een goed idee! Look, that is a good idea!
Maar… heeft Amsterdam dan een strand? But… does Amsterdam have a beach?
Nee, maar het is maar een half uurtje No, but it’s only half an hour
met de trein naar Zandvoort. by train to Zandvoort.
Super… Super…
En dan weet ik meteen And now I know
wat ik vanmiddag nog meer ga shoppen: what else I will be shopping for this afternoon:
een leuke bikini! a nice bikini!
Oh… en nee Martin, die ga ik echt alleen kopen! Oh… and no Martin, I’ll buy that one alone!
Dat lukt me wel… I can manage that…
Nou… Well…
Ik hoop het. I hope so.
Je hebt een goede smaak! You have good taste!
En hij wijst weer naar de jurk. And he points to the dress again.
Xing moet nu toch een beetje lachen. Xing can laugh a bit about it now.
Hoe laat spreken we morgen af? What time shall we meet tomorrow?
De trein gaat 2 keer per uur. There are 2 trains an hour.
Om heel en om half. On the hour and half past.
Niet te vroeg. Not too early.
OK. OK.
Zullen we half tien afspreken op het Centraal Station? Shall we meet at half past nine at Central Station?
Ik zei: ‘niet te vroeg’… I said: ‘not too early’…
dus doe maar om elf uur. so let’s meet at eleven.
Goed… Good…
Kom dan naar spoor 1. Then come to platform 1.
Daar vertrekt de trein naar Zandvoort aan Zee. The train to Zandvoort aan Zee leaves from there.
Ik zal daar op je wachten. I will wait for you there.
Dat is goed. All right.
Ik zal op tijd zijn! I will be on time!
Nou, leuk hoor… een dagje Zandvoort. Well, great… a day out to Zandvoort.
Ben jij daar wel eens geweest? Have you been there?
Ik wel, maar geef mij toch maar Noordwijk! I have, but I prefer Noordwijk!
De volgende keer bij ‘Heb je zin?’ Next time on ‘Heb je zin?’
zien we hoe het verdergaat. we’ll see how the story continues.
Tot dan! See you then!
Doei! Bye!

Related #dutchgrammar lesson(s):