Lesson 25 – Gaan, laten, blijven


Transcript

Hallo. Hello.
Mijn naam is Bart de Pau. My name is Bart de Pau.
Welkom bij ‘Heb je zin?’. Welcome to ‘Heb je zin?’ (are you in the mood?).
Vandaag oefenen we Nederlandse zinnen Today we’ll pactise Dutch sentences
met de grammatica van #dutchgrammar les 30 with the grammar from #dutchgrammar lesson 30
over de werkwoorden: gaan, laten en blijven. about the verbs: to go, let and stay.
Anika en Jenn komen terug van de winkel… Anika and Jenn come back from the store…
op de fiets… on the bicycles…
… met eten voor de barbecue, … with food for the barbecue,
want vanavond gaan de studenten barbecueën. because tonight the students are going to have a barbecue.
Hier is het vlees, Here is the meat,
het brood, the bread,
de sla, the lettuce,
de komkommers the cucumbers
en de tomaten. and the tomatoes.
‘Zullen we de salade maken?’, vraagt Jenn. ‘Shall we make the salad?’, asks Jenn.
‘Pfff… ik ben moe’, zegt Anika. ‘Phew… I am tired’, says Anika.
Ik ga even zitten. I am just going to sit down.
En ik blijf wel even zitten. And I’ll probably stay sitting for a while.
‘Kunnen wij helpen?’, vragen twee studenten. Two of the students ask: ‘Can we help?’
Ja natuurlijk. Yes of course.
Hoe heten jullie? What are your names?
Ik ben Xing uit China. I am Xing from China.
En ik ben Kathy uit de Verenigde Staten. And I am Kathy from the United States.
Oh… Oh…
Zit jij in huisje 65? Are you in house number 65?
Eh ja. Eh yes.
Dan ben jij mijn kamergenoot! Then you are my room mate!
Ik ben Anika. I am Anika.
‘Ik zit ook in huisje 65’, zegt Xing. ‘I am also in house number 65’, says Xing.
Maar ik heb een eigen kamer. But I have my own room.
Willen jullie de salade maken? Do you want to make the salad?
Hier zijn de tomaten, de komkommers en de sla. Here are the tomatoes, cucumbers and lettuce.
Dat is goed. That’s fine.
Laten we dat doen. Let’s do it.
Zal ik wat spullen uit de keuken halen? Shall I fetch some things from the kitchen?
Nee, jij blijft zitten. No, you stay sitting.
Ik ga wel even om een paar borden, I will get a few plates,
messen en een kom. knives and a bowl.
Bart, Lars en Soliman komen ook terug van de winkel. Bart, Lars and Soliman also return from the shop.
Met de auto. By car.
Zij hebben drank: They have drinks:
cola, cola,
limonade, lemonade,
sap, juice,
wijn wine
en bier. and beer.
Zij hebben ook kolen They also have charcoal
en aanmaakblokjes voor de barbecue. and firelighters for the barbecue.
‘Hoe laat gaan we barbecueën?’, vraagt Lars. ‘What time are we going to have the barbecue’, asks Lars.
‘Laten we om 8 uur beginnen’, zegt Bart. ‘Let’s start at eight o’clock’, says Bart.
Ik ga het even omroepen. I will just announce it.
Beste studenten van de Summer School. Hello Summer School students.
De barbecue begint om 8 uur. The barbecue will start at 8 o’clock.
De barbecue begint om 8 uur. The barbecue will start at 8 o’clock.
Om 8 uur zijn alle studenten aanwezig. At 8 o’clock all the students are present.
Bart gaat een toespraak houden. Bart is going to make a speech.
Beste mensen! Hello people!
Welkom bij de Dutch Summer School. Welcome to the Dutch Summer School.
Ik ben blij dat jullie hier zijn! I am happy that you are here!
De komende periode gaan we veel studeren. During the coming period we are going to study a lot.
En natuurlijk gaan we Nederlands met elkaar praten. And of course we are going to talk Dutch with each other.
Daarom zijn we hier. That’s why we are here.
Vanavond kunnen we met elkaar kennismaken Tonight we can get to know each other
en genieten van een mooie zomeravond. and enjoy a nice summer evening.
Maar belangrijk: But importantly:
Morgen moet iedereen fit zijn. Tomorrow everybody has to be in shape.
En op tijd in de les! And on time for the lesson!
Bart blijft nog even praten… Bart keeps talking for a while…
en daarna begint de barbecue. and then the barbecue starts.
Dat zien we de volgende keer We’ll see that next time
bij ‘Heb je zin?’. on ‘Heb je zin?’.

Related #dutchgrammar lesson(s):

Subtitles in other languages

Hallo. Привет.
Mijn naam is Bart de Pau. Меня зовут Барт де Пау.
Welkom bij ‘Heb je zin?’. Добро пожаловать на ‘Heb je zin?’ (как настроение?).
Vandaag oefenen we Nederlandse zinnen Сегодня мы практикуем предложения на нидерландском языке
met de grammatica van #dutchgrammar les 30 с грамматикой из #dutchgrammar из урока 30
over de werkwoorden: gaan, laten en blijven. о глаголах: ‘gaan'(идти, собираться), ‘laten'(оставлять) и ‘blijven'(оставаться).
Anika en Jenn komen terug van de winkel… Аника и Дженн приезжают обратно из магазина…
op de fiets… на велосипеде…
… met eten voor de barbecue, … с едой для барбекю,
want vanavond gaan de studenten barbecuen. потому что сегодня студенты собираются готовить барбекю.
Hier is het vlees, Тут мясо,
het brood, хлеб,
de sla, салат,
de komkommers огурцы
en de tomaten. помидоры.
‘Zullen we de salade maken?’, vraagt Jenn. ‘Не сделать ли нам салат?’, спрашивает Дженн.
‘Pfff… ik ben moe’, zegt Anika. ‘Пфф… Я уставшая’, говорит Аника.
Ik ga even zitten. Я пойду немного посижу.
En ik blijf wel even zitten. И я наверное останусь сидеть немного.
‘Kunnen wij helpen?’, vragen twee studenten. ‘Мы можем помочь?’ спрашивают двое студентов:
Ja natuurlijk. Да, конечно.
Hoe heten jullie? Как вас зовут?
Ik ben Xing uit China. Я Чин из Китая.
En ik ben Kathy uit de Verenigde Staten. А я Кети из США.
Oh… Ох…
Zit jij in huisje 65? Ты из домика 65?
Eh ja. Да.
Dan ben jij mijn kamergenoot! Тогда ты моя соседка по комнате!
Ik ben Anika. Я Аника.
‘Ik zit ook in huisje 65’, zegt Xing. ‘Я тоже из номера 65’, говорит Чин.
Maar ik heb een eigen kamer. Но у меня моя собствення комната.
Willen jullie de salade maken? Хотите приготовить салат?
Hier zijn de tomaten, de komkommers en de sla. Тут есть помидоры, огурцы и латук.
Dat is goed. Это хорошо.
Laten we dat doen. Давайте сделаем это.
Zal ik wat spullen uit de keuken halen? Мне принести некоторые вещи из кухни?
Nee, jij blijft zitten. Нет, ты оставайся сидеть.
Ik ga wel even om een paar borden, Я пойду возьму несколько тарелок,
messen en een kom. ножи и миску.
Bart, Lars en Soliman komen ook terug van de winkel. Барт, Ларс и Солиман также возвращаются из магазина.
Met de auto. На машине.
Zij hebben drank: У них напитки:
cola, кола,
limonade, лимонад,
sap, сок,
wijn вино
en bier. и пиво.
Zij hebben ook kolen У них также уголь
en aanmaakblokjes voor de barbecue. и разжигатель огня для барбекю.
‘Hoe laat gaan we barbecuen?’, vraagt Lars. ‘Во сколько у нас начнется барбекю’, спрашивает Ларс.
‘Laten we om 8 uur beginnen’, zegt Bart. ‘Давайте начнём в 8 вечера’, говорит Барт.
Ik ga het even omroepen. Я пойду объявлю.
Beste studenten van de Summer School. Дорогие студенты Summer School.
De barbecue begint om 8 uur. Барбекю начинается в 8 часов.
De barbecue begint om 8 uur. Барбекю начинается в 8 часов.
Om 8 uur zijn alle studenten aanwezig. В 8 часов присутствуют все студенты.
Bart gaat een toespraak houden. Барт собирается держать речь.
Beste mensen! Уважаемые люди!
Welkom bij de Dutch Summer School. Добро пожаловать в Dutch Summer School.
Ik ben blij dat jullie hier zijn! Я рад, что вы здесь!
De komende periode gaan we veel studeren. Во время следующего периода мы будем много учиться.
En natuurlijk gaan we Nederlands met elkaar praten. И, конечно же, мы будем разговаривать друг с другом на нидерландском.
Daarom zijn we hier. Поэтому мы здесь.
Vanavond kunnen we met elkaar kennismaken Сегодня вечером мы можем познакомиться друг с другом
en genieten van een mooie zomeravond. и насладиться красивым летним вечером.
Maar belangrijk: Но важно:
Morgen moet iedereen fit zijn. Завтра каждый должен быть в хорошей форме.
En op tijd in de les! И вовремя на уроке!
Bart blijft nog even praten… Барт продолжает ещё немного говорить…
en daarna begint de barbecue. и потом начинается барбекю.
Dat zien we de volgende keer Это мы увидим в следующем эпизоде
bij ‘Heb je zin?’. на ‘Heb je zin?’.
Doei! Пока!

Hallo. Привіт.
Mijn naam is Bart de Pau. Мене звати Барт де Пау.
Welkom bij ‘Heb je zin?’. Ласкаво просимо до ‘Heb je zin?’ (Як настрій?).
Vandaag oefenen we Nederlandse zinnen Сьогодні ми попрактикуємо речення нідерландською
met de grammatica van #dutchgrammar les 30 з граматикою з уроку 30 #dutchgrammar
over de werkwoorden: gaan, laten en blijven. про дієслова: іти, дозволяти і залишатися.
Anika en Jenn komen terug van de winkel… Аніка та Дженн повертаються з магазину…
op de fiets… на велосипеді…
… met eten voor de barbecue, … з продуктами для барбекю,
want vanavond gaan de studenten barbecuen. бо сьогодні ввечері студенти збираються готувати барбекю.
Hier is het vlees, Ось м’ясо,
het brood, хліб,
de sla, листя салату,
de komkommers огірки
en de tomaten. і помідори.
‘Zullen we de salade maken?’, vraagt Jenn. ‘Приготуємо салат?’, запитує Дженн.
‘Pfff… ik ben moe’, zegt Anika. ‘Пфффф… я втомилася’, каже Аніка.
Ik ga even zitten. Я просто збираюся сісти.
En ik blijf wel even zitten. І я трохи посиджу (залишусь сидіти).
‘Kunnen wij helpen?’, vragen twee studenten. ‘Чи можемо ми допомогти?’, запитують двоє студентів.
Ja natuurlijk. Так, звичайно.
Hoe heten jullie? Як вас звати?
Ik ben Xing uit China. Я – Чінг з Китаю.
En ik ben Kathy uit de Verenigde Staten. А я – Кеті зі Сполучених Штатів.
Oh… О…
Zit jij in huisje 65? Ти живеш в будинку номер 65?
Eh ja. Так.
Dan ben jij mijn kamergenoot! Тоді ти моя сусідка по кімнаті!
Ik ben Anika. Мене звати Аніка.
‘Ik zit ook in huisje 65’, zegt Xing. ‘Я також у будинку номер 65’, каже Чінг.
Maar ik heb een eigen kamer. Але у мене – окрема кімната.
Willen jullie de salade maken? Хочете приготувати салат?
Hier zijn de tomaten, de komkommers en de sla. Ось помідори, огірки та листя салату.
Dat is goed. Добре.
Laten we dat doen. Давайте це зробимо.
Zal ik wat spullen uit de keuken halen? Слід мені принести щось із кухні?
Nee, jij blijft zitten. Ні, залишайся на місці.
Ik ga wel even om een paar borden, Я піду за кількома тарілками,
messen en een kom. ножами та мискою.
Bart, Lars en Soliman komen ook terug van de winkel. Барт, Ларс і Соліман також повертаються з магазину.
Met de auto. Автомобілем.
Zij hebben drank: У них є напої:
cola, кола,
limonade, лимонад,
sap, сік,
wijn вино
en bier. і пиво.
Zij hebben ook kolen У них також є вугілля
en aanmaakblokjes voor de barbecue. і розжарювачі для мангалу.
‘Hoe laat gaan we barbecuen?’, vraagt Lars. ‘О котрій годині ми збираємося на барбекю?’, запитує Ларс.
‘Laten we om 8 uur beginnen’, zegt Bart. ‘Давайте почнемо о восьмій’, каже Барт.
Ik ga het even omroepen. Я збираюся це оголосити.
Beste studenten van de Summer School. Шановні студенти Літньої школи.
De barbecue begint om 8 uur. Барбекю розпочнеться о 8 годині.
De barbecue begint om 8 uur. Барбекю розпочнеться о 8 годині.
Om 8 uur zijn alle studenten aanwezig. О 8 годині усі студенти – присутні.
Bart gaat een toespraak houden. Барт збирається виступити з промовою.
Beste mensen! Шановне товариство!
Welkom bij de Dutch Summer School. Ласкаво просимо до Літньої школи нідерландської.
Ik ben blij dat jullie hier zijn! Я радий, що ви тут!
De komende periode gaan we veel studeren. В найближчий період ми будемо багато вчити.
En natuurlijk gaan we Nederlands met elkaar praten. І, звичайно, ми будемо говорити між собою нідерландською.
Daarom zijn we hier. Адже для цього ми тут.
Vanavond kunnen we met elkaar kennismaken Сьогодні ввечері ми можемо познайомитися один з одним
en genieten van een mooie zomeravond. і насолоджуватися прекрасним літнім вечором.
Maar belangrijk: Але важливо:
Morgen moet iedereen fit zijn. Завтра всі повинні бути у формі.
En op tijd in de les! І вчасно на уроці!
Bart blijft nog even praten… Барт продовжує говорити…
en daarna begint de barbecue. а потім починається барбекю.
Dat zien we de volgende keer Ми побачимо це наступного разу
bij ‘Heb je zin?’. в ‘Heb je zin?’.
Doei! Бувай!

Hallo. Cześć.
Mijn naam is Bart de Pau. Nazywam się Bart de Pau.
Welkom bij ‘Heb je zin?’. Witam w ‘Heb je zin?’ (Czy masz ochotę?).
Vandaag oefenen we Nederlandse zinnen Dzisiaj będziemy ćwiczyć niderlandzkie zdania
met de grammatica van #dutchgrammar les 30 z użyciem gramatyki z #dutchgrammar lekcja 30
over de werkwoorden: gaan, laten en blijven. o czasownikach wyrażających zamiar, możliwość, kontynuację.
Anika en Jenn komen terug van de winkel… Anika i Jenn wracają ze sklepu…
op de fiets… na rowerach…
… met eten voor de barbecue, … z jedzeniem na barbecue,
want vanavond gaan de studenten barbecueën. ponieważ wieczorem studenci organizują barbecue.
Hier is het vlees, Tu jest mięso,
het brood, chleb,
de sla, sałata,
de komkommers ogórki
en de tomaten. i pomidory.
‘Zullen we de salade maken?’, vraagt Jenn. ‘Czy zrobimy sałatkę?’ – pyta Jenn.
‘Pfff… ik ben moe’, zegt Anika. ‘Pfff… jestem zmęczona’ – mówi Anika.
Ik ga even zitten. Idę usiąść.
En ik blijf wel even zitten. Prawdopodobnie posiedzę przez dłuższą chwilę.
‘Kunnen wij helpen?’, vragen twee studenten. ‘Czy możemy pomóc?’ – pyta dwóch studentów.
Ja natuurlijk. Tak oczywiście.
Hoe heten jullie? Jak się nazywacie?
Ik ben Xing uit China. Jestem Xing z Chin.
En ik ben Kathy uit de Verenigde Staten. A ja jestem Kathy ze Stanów Zjednoczonych.
Oh… Oh…
Zit jij in huisje 65? Jesteś w domku nr 65?
Eh ja. Eh tak.
Dan ben jij mijn kamergenoot! W takim razie jesteś moją współlokatorką!
Ik ben Anika. Jestem Anika.
‘Ik zit ook in huisje 65’, zegt Xing. ‘Ja też jestem w domku nr 65’ – mówi Xing.
Maar ik heb een eigen kamer. Ale ja mam mój własny pokój.
Willen jullie de salade maken? Chcecie zrobić sałatkę?
Hier zijn de tomaten, de komkommers en de sla. Tu są pomidory, ogórki i sałata.
Dat is goed. Dobrze.
Laten we dat doen. Zróbmy to.
Zal ik wat spullen uit de keuken halen? Czy mogę przynieść trochę rzeczy z kuchni?
Nee, jij blijft zitten. Nie, siedź sobie.
Ik ga wel even om een paar borden, Ja przyniosę kilka talerzy,
messen en een kom. noże i miskę.
Bart, Lars en Soliman komen ook terug van de winkel. Bart, Lars i Soliman także wrócili ze sklepu.
Met de auto. Samochodem.
Zij hebben drank: Oni mają napoje:
cola, cola,
limonade, lemoniada,
sap, sok,
wijn wino
en bier. i piwo.
Zij hebben ook kolen Oni mają również węgiel
en aanmaakblokjes voor de barbecue. i podpałkę na barbecue.
‘Hoe laat gaan we barbecueën?’, vraagt Lars. ‘O której zaczynamy barbecue?’ – pyta Lars.
‘Laten we om 8 uur beginnen’, zegt Bart. ‘Zacznijmy o 20.00’ – mówi Bart.
Ik ga het even omroepen. Ja zamierzam to ogłosić.
Beste studenten van de Summer School. Drodzy studenci Summer School.
De barbecue begint om 8 uur. Barbecue rozpoczyna się o 20.00.
De barbecue begint om 8 uur. Barbecue zaczyna się o 20.00.
Om 8 uur zijn alle studenten aanwezig. O 20.00 wszyscy studenci są obecni.
Bart gaat een toespraak houden. Bart zamierza wygłosić przemówienie.
Beste mensen! Moi drodzy!
Welkom bij de Dutch Summer School. Witajcie na Dutch Summer School.
Ik ben blij dat jullie hier zijn! Jestem szczęśliwy, że tu jesteście!
De komende periode gaan we veel studeren. W nadchodzącym czasie będziemy się bardzo dużo uczyć.
En natuurlijk gaan we Nederlands met elkaar praten. Oczywiście będziemy ze sobą mówić po niderlandzku.
Daarom zijn we hier. Dlatego jesteśmy tutaj.
Vanavond kunnen we met elkaar kennismaken Dzisiaj będziemy mogli się zapoznać
en genieten van een mooie zomeravond. i cieszyć się tym pięknym letnim wieczorem.
Maar belangrijk: Co ważne:
Morgen moet iedereen fit zijn. Jutro wszyscy muszą być w dobrej formie.
En op tijd in de les! I punktualnie na lekcji!
Bart blijft nog even praten… Bart mówi jeszcze przez chwilę…
en daarna begint de barbecue. a później barbecue rozpoczyna się.
Dat zien we de volgende keer Przekonamy się o tym następnym razem
bij ‘Heb je zin?’. w ‘Heb je zin?’.
Doei! Pa!